Sociale huur

Voorrang van eigen inwoners bij sociale huur

De gemeente kan autonoom of in een intergemeentelijk samenwerkingsverband een gemeentelijk toewijzingsreglement sociale huur1 op basis van lokale binding aannemen dat een cascade aan voorrang voor eigen inwoners kan invoeren.

Op die manier is er dan bijvoorbeeld voorrang voor wie sinds zijn/haar geboorte in de gemeente woont.

Dan kan de kandidaat-huurder in aanmerking komen die vóór de leeftijd van 18 jaar minimaal 10 jaar gewoond heeft in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is.

Daarna zou voorrang gegeven kunnen worden aan de kandidaat-huurder die minimaal 10 jaar woont / heeft gewoond in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is.

Tot slot kan bijvoorbeeld voorrang gegeven worden aan de kandidaat-huurder die in de periode van zes jaar voor de toewijzing minstens drie jaar inwoner (geweest) is van de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is.

Bij gebrek aan dergelijk gemeentelijk reglement, kan de algemene regel2 door de sociale huisvestingsmaatschappij toegepast worden, met name: voorrang voor wie de laatste 6 jaar minstens 3 jaar gewoond heeft in de gemeente van toewijzing of een gemeente van het werkgebied van de sociale huisvestingsmaatschappij. Deze regel is echter duidelijk minder performant.

Maar deze invulling van lokale binding kan geen rekening houden met mobiliteit van de inwoners tussen buurgemeenten doordat de ‘gemeente van toewijzing’ het criterium is. Een oplossing kan erin bestaan om te streven naar een sociale mix door de combinatie met Vlabinvest apb. Daarnaast is samenwerking binnen een intergemeentelijk toewijzingsreglement eveneens een optie. Een combinatie leidt waarschijnlijk tot een nog evenwichtigere oplossing. Over Vlabinvest apb volgt verderop meer uitleg. Bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband is het mogelijk om elkaars inwoners voorrang te geven. Op die manier wordt de mobiliteit tussen de gemeenten die samenwerken tenminste al meegerekend.

Voorbeeld: Ann is geboren in gemeente A maar samen met haar ouders na 8 jaar verhuisd naar gemeente B.

Voor een woning in gemeente A heeft Ann slechts 8 jaar binding, waardoor de eerste drie voorrangscriteria al niet meer gebruikt kunnen worden. Ook het vierde criterium telt niet, omdat zij de laatste 6 jaar niet in gemeente A gewoond heeft.

Als gemeente A en B in hetzelfde samenwerkingsverband zitten, is het mogelijk om te stellen dat er voorrang gegeven wordt aan de kandidaat-huurders die in de periode van zes jaar voor de toewijzing minstens drie jaar inwoner zijn of geweest zijn van de gemeente A, B of C. Op die manier komt Ann na de eigen inwoners van gemeente A, maar uiteindelijk toch nog voor de grote groep kandidaat-huurders die geen voorrang genieten.