Andere maatregelen in functie van het Vlaams karakter

Bovenop bovenstaande initiatieven inzake regelgeving kan het Vlaams karakter ook ondersteund worden door de beschikbare Vlaamse middelen optimaal te benutten in uw gemeente. Naast het bovengenoemde Vlabinvest apb kunnen ook volgende initiatieven daarbij een rol spelen.

Het Rollend Grondfonds

Het Rollend Grondfonds9 kent an sich geen bindingscriteria, maar omwille van de noodzakelijke samenwerking met sociale huisvestingsmaatschappijen en in de 39 Vlabinvest-gemeenten ook met Vlabinvest apb is de lokale binding een onrechtstreeks gevolg. Naast het onrechtstreekse effect van de lokale binding en de extra financiële middelen schuilt de meerwaarde ook in de bredere doelomschrijving. De grondaankoop via dit fonds levert een project op met een gemengde bestemming. “De grondverwerving10 is gericht op de realisatie van in hoofdzaak een sociaal woonaanbod in combinatie met een andere bestemming, zoals zorgvoorzieningen, studentenhuisvesting, bescheiden woonaanbod, andere functie gebonden gebouwen.”

Volgens het jaarverslag 2017 van Vlabinvest werd in 2017 geen bijkomend beroep gedaan op middelen van het Rollend Grondfonds. Tot op heden is er met middelen van het Rollend Grondfonds in totaal 9ha 19a 89 ca grondoppervlakte aangekocht voor een totaalbedrag van 9,4 miljoen euro ten behoeve van Vlabinvest apb.

In totaal heeft het Rollend Grondfonds voor 15,8 miljoen euro aan gronden gekocht. Er blijft dus een openstaande machtiging van ongeveer 14 miljoen euro.

Regierol van de gemeenten uitputten

Inzake woonbeleid heeft de gemeente onomstotelijk de regierol11  toebedeeld gekregen. Dit biedt een heleboel gemeentelijke mogelijkheden die best aanvullend gerealiseerd worden.

Timing en fasering van woonprojecten is daarbij essentieel. Een overaanbod creëert een instroom. Bovendien worden zo andere generaties kandidaat-kopers uit de gemeente uitgesloten door het ongeduld van de projectontwikkelaar en de inschikkelijkheid van de lokale overheid.

Op vlak van sociale huisvesting is er geen sprake van overaanbod in vele Vlaamse randgemeenten. De jaarlijkse meting maakt duidelijk dat verschillende gemeenten niet op schema zitten om het bindend sociaal objectief te halen. Bij de bespreking van de wachtlijsten voor sociale woningen op het lokaal woonoverleg blijkt steeds dat er nog meer dan voldoende lokale kandidaten zijn, zodat op dit vlak geen echte instroom te verwachten is, gelet op de voorrang voor lokale binding die bij de lokale toewijzingsreglementen wordt ingeschreven.

Met betrekking tot de private projecten is de situatie evenwel anders. Door grote private woonprojecten te faseren, kan een instroom van buiten de regio vermeden worden. Idealiter is elke fase voldoende groot om interessant genoeg te zijn voor de projectontwikkelaar, verkavelaar of woonactor en voldoende klein om juist te voldoen aan de lokale vraag. Die laatste wordt bepaald door het aantal inwoners die voldoende betaalbereidheid tonen, over de nodige financiële liquiditeiten beschikken of voldoende krediet kunnen krijgen om te kopen. Dit hangt natuurlijk af van de marktomstandigheden. Het voorzien van een volgende fase in hetzelfde woonproject kan die toekomstige woonvraag dan beantwoorden.

Daarenboven geldt elke regel met betrekking tot Vlaams karakter en lokale binding slechts in de mate dat de officiële gegevens overeenstemmen met de realiteit. De “hoofdverblijfplaats” van inwoners en dus ook het bevolkingsregister dient daarom best zoveel mogelijk de realiteit te weerspiegelen. Drie fraudefenomenen staan haaks op deze ambities en zijn daardoor een directe bedreiging voor het Vlaams karakter, wat een kordate aanpak van deze fenomenen door de gemeente nodig maakt:

  1. Huisjesmelkerij: ‘overbewoning’ en valse adressen zorgen voor oneerlijke concurrentie en leiden tot steuntrekkers en voorranggenieters die daar stricto sensu geen recht op hebben.
  2. Wederrechtelijke opdeling van eengezinswoningen. Eenmaal opgedeeld is het haast onbetaalbaar om van appartementen/studio’s terug een gezinswoning te maken. Beide fenomenen versnellen daarenboven het prijsstijgingsmechanisme doordat, samen met de betaalbereidheid, ook de woonprijzen zullen toenemen. Er is een recht- streeks prijseffect ten nadele van de lokale bevolking doordat de betaalbaarheid in sneller tempo wegsmelt.
  3. Domiciliefraude: onderbezetting van sociale en andere woningen doordat men als alleenstaande meer steun trekt, zorgt voor valse hoofdverblijfplaatsen. Daardoor blijven deze ‘tweede woningen’ leegstaan waardoor andere rechthebbenden langer op een betaalbare woning moeten wachten omdat een koppel twee woningen bezet houdt. Het drijft de kosten van het OCMW op omdat er hogere uitkeringen uitgereikt worden en een SHM loopt inkomsten mis omwille van te lage huurgelden omdat die gerelateerd worden aan het inkomen.
  

Bij gebrek aan een nalevings- en vervolgingsbeleid ontstaat een aanzuigeffect van ‘sociale vluchtelingen’ die op zoek zijn naar publieke dienstverlening om hun levensomstandigheden gevoelig te verbeteren. Dit komt het Vlaams karakter evenmin ten goede door het meervoudig effect dat hierdoor teweeg gebracht kan worden. Een gemeente die haar regisseursrol ter dege opneemt en aandringt op een effectief vervolgingsbeleid, kan deze situatie keren.

Op die manier kan de lokale overheid via andere beleidsdomeinen dan wonen, de lokale binding helpen versterken.

Ook samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen, biedt perspectieven. Een oplossing kan mogelijk gevonden worden over de verschillende beleidsdomeinen heen. Woonbeleid staat niet los van ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed of welzijn- en zorgkwesties. De antwoorden kunnen misschien ook deels daarin schuil gaan. Door partners en middelen samen te brengen, kunnen lokale uitdagingen misschien wel tot een draaglijk budgettair niveau gebracht worden.

De moeilijkheid blijft de uiteenlopende en zelfs conflicterende regelgeving in de onderscheiden beleidsdomeinen en de rigide financieringssystemen die interdisciplinaire samenwerking veelal bemoeilijken. Zoveel mogelijk financieringsbronnen aanboren blijft aan de orde. Het rollend grondfonds, waarvan hoger sprake, is een stap in die multidisciplinaire richting.