Nuances bij taalwetgeving

Hoffelijkheidbeginsel. Personeelsleden van de plaatselijke diensten mogen inwoners uit een ander taalgebied in hun eigen taal te woord staan. Dat is wettelijk toegestaan, maar is geen verplichting. Een particulier die uit Brussel of Nijvel naar het gemeentebestuur belt en het Frans gebruikt, mag in die taal worden geantwoord.

Toeristische mededelingen. In toeristische centra mogen de mededelingen die voor toeristen bedoeld zijn, zoals een brochure of gebruiksinformatie van de parkeerautomaat, opgesteld worden in minstens de drie landstalen (Nederlands, Frans, Duits). De gemeenten moeten hiervoor de toestemming krijgen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.

Vreemde talen. Uitzonderlijk staan de instanties die toezicht houden op de naleving van de taalwetgeving toe dat er in bijzondere gevallen naast de bestuurstaal ook in beperkte mate andere talen worden gebruikt. Er bestaan hiervoor geen wettelijke criteria, maar uit de praktijk zijn wel een aantal voorwaarden af te leiden die, als zij strikt worden opgevolgd, de kans op gegronde klachten vermindert:

  1. De gemeente maakt geen systematisch gebruik van de vreemde taal, maar slechts bij wijze van uitzondering of als overgangsmaatregel (bv. in het kader van de integratie van nieuwkomers).
  2. Het gebruik van de vreemde taal dient een bijzonder doel, zoals het informeren van bepaalde doelgroepen over het bestaan van een welbepaalde dienstverlening (bv. lessen Nederlands).
  3. De anderstalige boodschap wordt in de eerste plaats ook in de bestuurstaal gesteld en is slechts een vertaling van de Nederlandse tekst. Er wordt dus niet meer of andere informatie gegeven in de vreemde taal dan in het Nederlands. Bovendien wordt aangegeven dat de anderstalige tekst een vertaling is door dit te vermelden op het document.
  4. De anderstalige tekst is bestemd voor een bijzonder doelpubliek (bv. enkel voor de groep nieuwkomers of een bepaalde wijk waar zeer veel anderstaligen wonen)